ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over niet-arbeidsongeschiktheid groepsleerkracht per 17 februari 2003
Appellant, werkzaam als groepsleerkracht, meldde zich op 18 februari 2002 ziek en werkte sindsdien slechts halve dagen. Het UWV besloot op 3 februari 2003 dat appellant niet arbeidsongeschikt was voor zijn eigen functie en ontzegde hem de WAO-uitkering per 17 februari 2003. Het bezwaar van appellant werd door het UWV ongegrond verklaard, hoewel men erkende dat de wachttijd was voltooid.
Appellant stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende medische aanwijzingen waren dat appellant per genoemde datum ongeschikt was voor zijn functie. Tevens werd overwogen dat geen bijzondere situatie aanwezig was zoals bedoeld in eerdere jurisprudentie en dat het inkopen van BAPO en ADV geen doorslaggevende rol speelde.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere stellingen, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en verwierp het beroep. De brief van de psychiater uit 2005 bood geen aanknopingspunten voor beperkingen op de datum in geschil. De Raad wees een proceskostenveroordeling af en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV dat appellant niet arbeidsongeschikt is per 17 februari 2003 wordt bevestigd.