ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening ouderdomspensioen wegens gezamenlijke huishouding en wederzijdse verzorging
Betrokkene ontving sinds 1991 een ouderdomspensioen volgens de norm voor een ongehuwde. Naar aanleiding van een melding dat een andere persoon op hetzelfde adres stond ingeschreven, deed de Sociale verzekeringsbank onderzoek en stelde vast dat betrokkene en deze persoon vanaf 1 oktober 1997 een gezamenlijke huishouding voerden. Op grond hiervan werd het pensioen herzien naar de norm voor een ongehuwde die een gezamenlijke huishouding voert.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van betrokkene tegen deze herziening gegrond en vernietigde het besluit van de Sociale verzekeringsbank. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat betrokkene en de andere persoon inderdaad gezamenlijk huisvesting deelden en blijk gaven van wederzijdse verzorging, onder meer door gezamenlijke maaltijden, hulp bij klussen en financiële verstrengeling.
De Raad stelt vast dat de verklaringen van betrokkene, ondanks dat zij daarop later terugkwam, in beginsel als juist mogen worden aangenomen. De door betrokkene aangevoerde tegenargumenten, zoals afwezigheid en alcoholverslaving van de andere persoon, zijn onvoldoende aannemelijk gemaakt en stroken niet met de loongegevens en brieven.
De Centrale Raad concludeert dat de Sociale verzekeringsbank terecht het ouderdomspensioen heeft herzien en dat de rechtbank ten onrechte het besluit heeft vernietigd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de Sociale verzekeringsbank wordt ongegrond verklaard en het herzieningsbesluit van het ouderdomspensioen bevestigd.