ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsongeschiktheidspercentage na WAO-schatting en nadere arbeidskundige toelichting
Appellant, werkzaam als uitzendkracht in de bloementeelt, ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35% per 9 april 2001. Hij maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zijn klachten, met name psychische, op die datum al ernstiger waren dan erkend. Het UWV handhaafde het besluit na medische en arbeidskundige herbeoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV. Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV en de rechtbank zijn beperkingen hadden onderschat, met name vanwege psychische klachten en onvoldoende rekening met de verhoogde maatmanloon.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische gegevens, waaronder huisartsbrieven en rapporten van verzekeringsartsen, geen aanwijzingen bevatten voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid op de datum in geding. Ook de arbeidskundige rapporten bevestigden dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellant vielen. De Raad wees het verzoek tot vergoeding van schade af en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat appellant per 9 april 2001 arbeidsongeschikt was in de mate van 25 tot 35%.