ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk bij andere werkgever
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem geen WAO-uitkering toe te kennen vanaf 30 oktober 2002. Het UWV oordeelde dat appellant, ondanks zijn klachten, niet ongeschikt was voor zijn werk als gastheer in een verpleeghuis, mits bij een andere werkgever. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep heeft appellant gewezen op aanvullende medische verklaringen van het Instituut Psychosofia, maar deze werden door de Raad niet als doorslaggevend beschouwd. De medische gegevens van behandelend artsen, waaronder een neuroloog, chirurg en huisarts, evenals verzekeringsartsen van het UWV, wezen niet op een ziekte of gebrek die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.
De Raad concludeerde dat appellant op de datum in geding medisch gezien geschikt was om zijn werk te verrichten. De subjectieve klachten en de mening van appellant en zijn gemachtigde werden niet als voldoende bewijs geaccepteerd. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellant medisch geschikt is voor zijn werk bij een andere werkgever.