ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen van intrekking WAZ-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg die het besluit van het UWV bevestigde om niet terug te komen op de intrekking van zijn WAZ-uitkering per 10 juni 1999. Het verzoek om terug te komen werd afgewezen omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die een heroverweging konden rechtvaardigen.
In hoger beroep heeft appellant een medische verklaring van een psychiater overgelegd, maar de Raad overweegt dat het UWV deze verklaring niet kon meenemen bij het bestreden besluit van 4 februari 2004. Volgens vaste jurisprudentie, waaronder een uitspraak van 12 december 2003, kan een bestuursorgaan een verzoek om terug te komen zonder nader onderzoek afwijzen als er geen nieuwe feiten of omstandigheden worden genoemd.
De Raad benadrukt dat het besluit zorgvuldig moet worden voorbereid, maar dat de zorgvuldigheid beperkt is tot de vraag of er sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. Het hoger beroep slaagt niet, en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering om terug te komen op de intrekking van de WAZ-uitkering wordt bevestigd.