ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzekeringsplicht directeur/minderheidsaandeelhouder bij gezamenlijk drijven onderneming
De zaak betreft een geschil over de verzekeringsplicht van een directeur/minderheidsaandeelhouder in het kader van de sociale werknemersverzekeringswetten. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde dat betrokkene verplicht verzekerd was als werkgever ten aanzien van de directeur/minderheidsaandeelhouder [P.]. De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het besluit van appellant vernietigd.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep van appellant behandeld. De Raad heeft vastgesteld dat de beoordeling van de verzekeringsplichtige dienstbetrekking afhangt van alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder de juridische vormgeving en materiële indicaties van een gezagsverhouding. In dit geval was sprake van een familierelatie en een gezamenlijke onderneming met gelijkwaardige aandeelhouders die beiden directeur waren en elkaar aanvulden in hun taken.
De Raad concludeerde dat ondanks de juridische eigendomsverhoudingen, de materiële omstandigheden wezen op het gezamenlijk drijven van de onderneming zonder gezagsverhouding. Hierdoor was er geen sprake van een verzekeringsplichtige dienstbetrekking. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen verzekeringsplichtige dienstbetrekking bestaat en veroordeelt appellant in de proceskosten.