ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- H. Bolt
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging strafontslag conciërge wegens plichtsverzuim en werkweigering
Appellant was werkzaam als conciërge bij een openbare basisschool en kreeg te horen dat zijn dienstverband per 1 januari 2003 zou eindigen, maar werd later alsnog opgeroepen om te werken. Hij verscheen vanaf 6 januari 2003 niet op zijn werk en werd gesommeerd dit alsnog te doen. Na meerdere brieven en een zienswijzegesprek werd hij strafontslag verleend wegens plichtsverzuim.
Appellant voerde aan dat hij dacht dat zijn dienstverband was beëindigd en dat hij de brieven niet had ontvangen. De Raad achtte dit niet geloofwaardig, mede omdat appellant zijn verhuizing niet had doorgegeven en verklaringen van schoolleiding bevestigden dat hij wist dat hij moest terugkeren. De Raad concludeerde dat het gedrag van appellant terecht als plichtsverzuim werd aangemerkt.
De Raad verwierp ook het verweer dat het disciplinaire traject was stopgezet en dat appellant een laatste kans had gekregen. De bestuurscommissie was bevoegd tot ontslag en het strafontslag was niet onevenredig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het strafontslag bevestigd.