ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- H. Bolt
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihil-voorschot WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid
Appellant was sinds 1990 werkzaam bij de gemeente Kerkrade en werd ontslagen wegens plichtsverzuim, waaronder het niet correct ziekmelden en belemmeren van controle bij ziekte. Na zijn ontslag vroeg appellant een WW-uitkering aan. Het UWV stelde het voorschot op de WW-uitkering op nihil omdat appellant verwijtbaar werkloos was geworden en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het UWV het voorschot terecht op nihil had gesteld. In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onvoldoende had onderzocht of zijn gedrag hem kon worden toegerekend, gezien zijn lichamelijke en psychische klachten.
De Raad oordeelde dat het UWV zich op basis van de beschikbare gegevens, waaronder het oordeel van de bedrijfsarts, redelijkerwijs kon opstellen dat appellant verwijtbaar werkloos was geworden. Appellant had geen medisch bewijs ingebracht om dit te weerleggen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het voorschot op de WW-uitkering terecht op nihil is gesteld wegens verwijtbare werkloosheid.