ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verzoek nieuwe personeelsbeoordeling en onderzoek ontslag CPB
Appellant, voormalig wetenschappelijk medewerker bij het Centraal Planbureau (CPB), verzocht meerdere malen om een nieuwe formele personeelsbeoordeling over de periode 1989-1991 en om onderzoek naar zijn ontslag in 1991. De minister wees deze verzoeken af als verzoeken om terug te komen op in rechte onaantastbaar geworden besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat de besluiten over de personeelsbeoordeling en verplaatsing in 1990 juridisch vaststaan en niet heropend hoeven te worden. Wel oordeelde de Raad dat het besluit van de minister om het verzoek om vergoeding van kosten voor een procedure bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) niet te honoreren, onvoldoende was gemotiveerd omdat de minister zich niet had uitgelaten over artikel 69 van Pro het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR).
De Raad overwoog dat het verzoek van appellant verband houdt met zijn ambtelijke rechtspositie en dat het besluit over toepassing van artikel 69 ARAR Pro een besluit met rechtsgevolg is. Na inhoudelijke toetsing oordeelde de Raad dat de minister het verzoek terecht heeft afgewezen op grond van zijn discretionaire bevoegdheid. Het bezwaar wordt daarom ongegrond verklaard, maar het bestreden besluit wordt voor zover het niet-ontvankelijkheid betreft vernietigd. De Staat vergoedt appellant het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt ongegrond verklaard, het besluit deels vernietigd en de minister mocht het verzoek om toepassing van artikel 69 ARAR afwijzen.