ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en juiste vaststelling fiscale nettowinst
Appellant, samen met zijn vrouw eigenaar van een detailhandel in radio, tv en audio, vroeg een WAZ-uitkering aan wegens rugklachten sinds september 1998. Het UWV wees de aanvraag aanvankelijk af omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar en eerdere procedures kende het UWV een WAZ-uitkering toe, maar stopte de uitbetaling per 1 januari 2000 vanwege inkomsten uit arbeid.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit de uitkering te beëindigen, stellende dat het UWV verkeerde fiscale winstcijfers hanteerde en de reductiefactor onjuist wijzigde. De Raad oordeelde dat de fiscale nettowinst als uitgangspunt geldt voor het inkomen uit arbeid en dat het genoemde premie-inkomen niet als basis kan dienen. Ook was de reductiefactorwijziging niet onjuist, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid onder de 25% bleef.
De Raad concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden waren om van de fiscale nettowinst af te wijken en dat het hoger beroep ongegrond is. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Arnhem wordt bevestigd en het bezwaar van appellant verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAZ-uitkering bevestigd.