ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8970
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na juiste medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante was werkzaam als verkoopster totdat zij in juli 2000 uitviel wegens bekken- en psychische klachten. Na een wachttijd van 52 weken kreeg zij een volledige WAO-uitkering toegekend. In januari 2004 werd deze uitkering ingetrokken omdat zij volgens het UWV in staat werd geacht gangbare arbeid te verrichten met een vergelijkbaar inkomen.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank Roermond oordeelde dat de schatting van arbeidsongeschiktheid gebaseerd was op een juiste medische en arbeidskundige grondslag, waarbij de verzekeringsarts ook informatie van de behandelend neuroloog en psychiater had betrokken.
In hoger beroep stelde appellante dat zij niet in staat was arbeid te verrichten en dat haar gezondheid zou verslechteren bij volledige werkhervatting. De Raad concludeerde echter dat de rechtbank terecht had geoordeeld en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. Het standpunt van appellante dat het oordeel van haar psychiater niet was meegewogen, werd door de Raad als onjuist beoordeeld.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de aangevallen uitspraak. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.