ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering met indeling arbeidsongeschiktheidsklasse 15-25%
Appellant ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV tot herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij hij werd ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 15 tot 25%. Hij betwistte het belastbaarheidspatroon dat door de verzekeringsarts van het UWV was opgesteld en stelde dat hij meer beperkingen had, onderbouwd met een brief van een verzekeringsgeneeskundige.
De Raad overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts het rapport van de verzekeringsgeneeskundige Swerts en aanvullende medische informatie had betrokken in zijn beoordeling. De arts concludeerde dat er geen sprake was van de door Swerts genoemde hernia en artrose, waardoor de beperkingen volgens hem te fors waren ingeschat. De Raad vond de reactie van de bezwaarverzekeringsarts adequaat en zag geen aanleiding voor een onafhankelijk medisch onderzoek.
De Raad stelde vast dat appellant met inachtneming van zijn functionele mogelijkheden in staat wordt geacht de geselecteerde functies te verrichten. Het verlies aan verdiencapaciteit werd vastgesteld op 21,54%, passend binnen de arbeidsongeschiktheidsklasse 15-25%. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15-25% wordt bevestigd.