ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 12 januari 2004
Appellante stelde in hoger beroep dat haar medische situatie op 12 januari 2004 niet verschild van de periode waarin zij nog een WAO-uitkering ontving en dat zij meer beperkingen had dan het UWV aannam.
De Raad overwoog dat de medische beperkingen zorgvuldig en juist waren vastgesteld door de verzekeringsartsen, mede op basis van informatie van behandelaars en psychiater De Mooij. Tevens constateerden de huisarts en psycholoog dat appellante gebaat was bij werkhervatting.
De Raad concludeerde dat appellante op de datum in geding niet in staat was om de voorgelegde functies te vervullen met een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Daarom faalde het hoger beroep en werd de uitspraak van de rechtbank Zutphen bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Brand en griffier A.C.W. Ris-van Huussen op 9 februari 2007.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 12 januari 2004 wordt bevestigd omdat appellante onvoldoende arbeidsongeschikt is.