ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen WAO-uitkeringsbesluit na herziening arbeidsongeschiktheidspercentage
Betrokkene viel in februari 2001 uit wegens psychische klachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV kende aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van 35-45% toe. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, waarop het UWV het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende motivering van de arbeidskundige grondslag en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moest nemen.
In hoger beroep overwoog de Raad dat het UWV het eerdere besluit feitelijk had ingetrokken en vervangen door een nieuw besluit van 19 september 2006, waarin het arbeidsongeschiktheidspercentage werd verhoogd naar 65-80%. De Raad stelde vast dat het UWV geen procesbelang meer had bij het oorspronkelijke beroep en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk.
De Raad beoordeelde het nieuwe besluit inhoudelijk en concludeerde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing juist en voldoende was. De rapportages van arbeidsdeskundigen en verzekeringsartsen waren niet weersproken en overtuigend. Het nieuwe percentage arbeidsongeschiktheid werd daarom bevestigd. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van proceskosten aan betrokkene en legde griffierechten op.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt niet-ontvankelijk verklaard en het nieuwe besluit tot vaststelling van 65-80% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.