ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluiten ondanks betwisting arbeidsbelasting functies
Appellant heeft zijn werk als timmerman gestaakt wegens rug-, nek- en schouderklachten en vordert een hogere mate van arbeidsongeschiktheid dan vastgesteld door het UWV. Het UWV baseert de beoordeling op een kritische Functionele Mogelijkhedenlijst ((k)FML) en het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) voor de kenmerkende belasting van werkzaamheden. Appellant betwist de juistheid van deze belasting en legt een arbeidskundig rapport en commentaar van een registerarbeidskundige voor.
De Raad oordeelt dat de door appellant ingebrachte rapportages onvoldoende overtuigend zijn om af te wijken van de CBBS-gegevens. De medische beperkingen zijn door de bezwaarverzekeringsarts vastgesteld en in de (k)FML verwerkt, waarbij rekening is gehouden met aspecifieke pijnklachten en beperkingen in houdingsafwisseling. De toelichtingen op de (k)FML zijn adequaat en bevatten geen verborgen beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraken van de rechtbank Breda die de beroepen van appellant ongegrond verklaarden. De Raad acht het loonverlies correct berekend en ziet geen reden tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer op 23 februari 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraken en handhaaft de WAO-uitkering op een mate van arbeidsongeschiktheid van 25-35%.