ECLI:NL:CRVB:2008:BC2957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende rekening oogklachten
Appellant, een zelfstandig constructiewerker, meldde zich ziek wegens hartklachten en vroeg een WAZ-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 25% werd geacht, gebaseerd op medische en arbeidskundige rapporten. Appellant voerde onder meer aan dat zijn oogklachten onvoldoende waren meegewogen.
De Raad stelde vast dat appellant voldoet aan de ervaringseisen voor de geselecteerde functies en dat het UWV in hoger beroep voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat appellant deze functies kan vervullen. Hoewel een oogarts een minimale beperking in kleurenzien constateerde, achtte de Raad dat slechts één functie vanwege kleurwaarneming ongeschikt was, maar dat voldoende andere geschikte functies resteren.
De Raad oordeelde dat het UWV het besluit tot weigering van de WAZ-uitkering niet zorgvuldig had genomen, met name omdat het besluit was genomen vóór de invoering van nieuwe regels en onvoldoende rekening hield met de oogklachten. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen werden in stand gelaten. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WAZ-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.