ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij ANW-uitkering
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) waarin haar een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) werd geweigerd. De Svb had aanvankelijk geweigerd, maar na het instellen van hoger beroep heeft zij alsnog een ANW-uitkering toegekend over de periode december 2001 tot en met juli 2003, inclusief betaling van wettelijke rente.
Gezien deze toekenning en betaling van de uitkering heeft appellante geen belang meer bij de beoordeling van het geschil in hoger beroep. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelt de Raad de Svb in de proceskosten van appellante voor zowel de procedure in eerste aanleg als in hoger beroep.
De Raad heeft de behandeling van de zaak ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten met toestemming van partijen. De proceskosten worden begroot op in totaal € 966,-, waarvan € 644,- voor eerste aanleg en € 322,- voor hoger beroep. Daarnaast wordt de Svb verplicht het betaalde griffierecht van € 134,- aan appellante te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.