ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9217
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per wachttijddatum
Appellante vroeg op 22 augustus 2002 een Wajong-uitkering aan met als eerste arbeidsongeschiktheidsdag 3 maart 1956. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellante niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest en per 21 augustus 2001 minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat onvoldoende rekening was gehouden met haar beperkingen per 22 augustus 2001 en per het einde van de wachttijd op 3 oktober 1972.
De Raad oordeelde dat de medische grondslag van het besluit juist was, mede gebaseerd op rapporten van een orthopedisch chirurg en verzekeringsarts, maar dat het arbeidskundig onderzoek per 3 oktober 1972 ontbrak, waardoor het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid. Het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak werden daarom vernietigd. Het UWV had in hoger beroep alsnog een arbeidskundig onderzoek laten uitvoeren waaruit bleek dat appellante in 1972 niet als arbeidsongeschikt kon worden aangemerkt.
De Raad liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante. Een beoordeling van de arbeidsongeschiktheid per 22 augustus 2001 was niet meer nodig. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 23 februari 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit tot weigering van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundig onderzoek per wachttijddatum, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand.