ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9222
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Weigering tot verhoging van WAO-uitkering wegens niet toegenomen arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een geschil over de mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene per 29 mei 2002 en de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om de WAO-uitkering te verhogen. Betrokkene stelde dat haar beperkingen waren toegenomen, waardoor zij minder uren kon werken. Appellant handhaafde de arbeidsongeschiktheid op 45 tot 55%, gebaseerd op een werkweek van 20 uur.
De rechtbank oordeelde dat appellant ten onrechte uitging van feitelijke inkomsten gebaseerd op 20 uur werk, terwijl betrokkene feitelijk 14 uur werkte. De Centrale Raad van Beroep deelt het oordeel dat betrokkene per 1 juni 2001 voor 45 tot 55% arbeidsongeschikt is, maar stelt dat de beperkingen per 8 mei 2002 niet zijn toegenomen. Diverse medische rapportages ondersteunen dit standpunt.
De Raad concludeert dat betrokkene in staat moet worden geacht haar aangepaste werkzaamheden gedurende 20 uur per week te verrichten en dat de weigering tot verhoging van de WAO-uitkering terecht is. Het hoger beroep slaagt, de aangevallen uitspraak wordt vernietigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de arbeidsongeschiktheid niet is toegenomen en wijst het beroep af, waardoor de weigering tot verhoging van de WAO-uitkering terecht is.