ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9239
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- A.T. de Kwaasteniet
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WAO-uitkeringsbesluit en rentevergoeding
Appellant stelde beroep in tegen het UWV-besluit van 15 augustus 2002, waarbij zijn WAO-uitkering werd vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Na diverse bezwaar- en beroepsprocedures, waaronder een vernietiging van een eerdere uitspraak door de rechtbank Zwolle-Lelystad, stelde het UWV bij besluit van 13 december 2006 de arbeidsongeschiktheid vast op 65 tot 80%.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV de belastbaarheid van appellant niet onjuist had beoordeeld, mede gelet op medische rapportages en het ontbreken van overtuigend tegenbewijs. Het beroep tegen het besluit van 13 december 2006 werd daarom ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen het besluit van 24 december 2003 werd gegrond verklaard en dat besluit werd vernietigd.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot betaling van proceskosten aan appellant. De Raad wees tevens het verzoek van appellant tot vergoeding van griffierechten toe. Hiermee werd de juridische positie van appellant versterkt, ondanks dat het beroep tegen het laatste besluit werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 13 december 2006 wordt ongegrond verklaard, het besluit van 24 december 2003 wordt vernietigd, en het UWV wordt veroordeeld tot rentevergoeding en proceskosten.