ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering postume vrijwillige verzekering AOW en Anw
Appellante, weduwe van haar in 2001 overleden echtgenoot, verzocht de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om haar vanaf 1 januari 2000 toe te laten tot de vrijwillige verzekering volksverzekeringen. De Svb wees dit verzoek af omdat het na het overlijden van haar echtgenoot was ingediend en er geen bijzondere omstandigheden waren om postume toelating te verlenen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het houden van een hoorzitting niet noodzakelijk was omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het achterwege laten van de hoorzitting onterecht was, omdat appellante bijzondere omstandigheden had aangevoerd die nader onderzoek vereisten.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en verklaarde het beroep alsnog gegrond. Desondanks bepaalde de Raad dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, omdat geen grond bestond om de Svb te verplichten tot postume toelating en appellante's echtgenoot niet tijdig belangstelling had getoond voor vrijwillige verzekering.
De Svb werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante en de betaalde griffierechten werden aan haar terugbetaald.
Uitkomst: Het besluit van de Sociale Verzekeringsbank wordt vernietigd vanwege het onterecht achterwege laten van een hoorzitting, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.