ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot bij overlijden
Appellante, woonachtig in Marokko, vroeg een nabestaandenuitkering aan na het overlijden van haar echtgenoot die eveneens in Marokko woonde en een AOW-pensioen ontving. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de Algemene nabestaandenwet (ANW) op het moment van overlijden.
Appellante voerde aan dat het besluit in strijd was met artikel 65 van Pro de Associatieovereenkomst EG en Marokko vanwege vermeende discriminatie en dat er onvoldoende informatie was verstrekt over de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering. Ook werd een beroep gedaan op de hardheidsclausule uit artikel 4:84 Awb Pro en artikel 24 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (KB 746) vanwege haar moeilijke financiële situatie.
De Raad overwoog dat het beroep op het discriminatieverbod onvoldoende onderbouwd was en dat de rechtbank terecht het gebrek aan informatie over vrijwillige verzekering niet had gehonoreerd. De bijzondere omstandigheden van appellante rechtvaardigen geen afwijking van dwingendrechtelijke bepalingen. Het beroep op de hardheidsclausule uit de Awb werd verworpen omdat deze niet op beleidsregels van toepassing is en het verzoek tot toepassing van de hardheidsclausule uit KB 746 buiten de procedure viel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was voor de ANW bij overlijden.