ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling mate arbeidsongeschiktheid door UWV in hoger beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht waarin werd geoordeeld dat het UWV de mate van haar arbeidsongeschiktheid terecht had vastgesteld op 35 tot 45 procent per 18 februari 2002.
In hoger beroep heeft appellante een rapport van psycholoog en psychiater van de HSK-groep overgelegd en gewezen op een uitspraak van de ARBO-bezwaarcommissie UMCU en enkele eerdere uitspraken van de Raad. De Raad stelt echter vast dat het rapport niet ziet op de relevante datum en dat er geen nieuwe of andere beperkingen zijn vastgesteld dan door het UWV.
De Raad sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank dat appellante geschikt is voor de geselecteerde functies en dat het beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid door het UWV wordt bevestigd.