ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds 29 augustus 1997 een WAO-uitkering ontving vanwege psychische klachten, werd op 2 juni 2003 herbeoordeeld door verzekeringsarts Hooiveld. Deze stelde vast dat haar benutbare mogelijkheden waren toegenomen en dat zij functioneerde op een niveau dat als normaal werd beschouwd volgens de functionele mogelijkheden lijst (FML). Op basis van deze beoordeling en een arbeidsdeskundig rapport werd het verlies aan verdiencapaciteit berekend op slechts 3%, waarna het UWV besloot haar uitkering per 1 augustus 2003 in te trekken.
Appellante maakte bezwaar en overlegde medische rapporten, waaronder een rapport van mevrouw Verhage met een niet-reguliere onderzoeksmethode. De bezwaarverzekeringsarts Van de Nieuwe Giessen voerde een lichamelijk onderzoek uit en concludeerde dat de oorspronkelijke beoordeling standhield. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante in staat was tot het verrichten van gangbare arbeid.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding het bestreden besluit onjuist te achten. De Raad verwierp de niet-reguliere onderzoeksmethode en stelde vast dat er geen concrete aanwijzingen waren voor zwaardere beperkingen dan in de FML waren vastgelegd. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 1 augustus 2003 wegens voldoende onderbouwde herbeoordeling.