ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-nakoming inlichtingenverplichting
Appellant ontving over verschillende perioden bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Uit onderzoek bleek dat appellant beschikte over een girorekening met een aanzienlijk saldo en dat hij een motor en een loonbedrijf op zijn naam had staan. Het College stelde vast dat appellant niet voldeed aan de inlichtingenverplichting door geen bankafschriften te overleggen, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Het College trok de bijstand over de perioden van 24 oktober 2000 tot en met 28 februari 2001 en van 7 juni 2001 tot en met 30 april 2003 in en vorderde de kosten van bijstand terug. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak, stellende dat het niet nakomen van de inlichtingenverplichting een geldige grond is voor intrekking en terugvordering.
De Raad oordeelde dat het feit dat de bankrekening op naam van appellant stond, de veronderstelling rechtvaardigt dat het saldo tot zijn vermogen behoort. Appellant slaagde er niet in dit te weerleggen met verifieerbare gegevens. Het beleid van het College om bij niet-nakoming terug te vorderen werd als redelijk beoordeeld. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering van de kosten worden bevestigd vanwege het niet nakomen van de inlichtingenverplichting.