ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.P.M. van de Kerkhof
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende functies
Appellant was technisch tekenaar en kreeg vanaf 18 december 2000 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na herbeoordeling door verzekeringsarts en arbeidsdeskundigen concludeerde het UWV dat appellant met beperkingen in hand- en vingergebruik in staat was tot diverse functies met minder dan 15% verdiencapaciteitsverlies. Het UWV trok daarom de WAO-uitkering per 29 maart 2003 in.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk en ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de medische beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat het UWV ten onrechte onvoldoende functies had betrokken bij de schatting.
De Raad oordeelde dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) juist was aangepast en dat de beperkingen in hand- en vingergebruik in lijn waren met medische rapporten. Echter waren er onvoldoende functies beschikbaar om de schatting op te baseren, zoals vereist volgens het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. De Raad vernietigde daarom het besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.