ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boetenota's wegens onjuiste loonopgaven onder Coördinatiewet Sociale Verzekering
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Dordrecht die het bezwaar van een besloten vennootschap tegen boetenota's wegens onjuiste loonopgaven over de jaren 1999 tot en met 2002 gegrond verklaarde en het besluit van 19 april 2004 vernietigde.
De Raad toetst de zaak aan de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) en relevante besluiten zoals het Boetebesluit werkgevers CSV en het Besluit toepassing bestuurlijke boeten CSV. De Raad bevestigt dat de boetenota's terecht zijn vastgesteld op 37,5% van de premiecorrecties en dat de verhogingen wegens recidive correct zijn toegepast. De rechtbank had volgens de Raad een onjuiste uitleg gegeven aan het begrip 'verzuim' en onvoldoende onderbouwing gegeven over de aard van eerdere boetes.
De Raad stelt dat de term 'verzuim' in de oude regelgeving zowel opzet als grove schuld omvatte, terwijl na 1 januari 2001 onderscheid wordt gemaakt tussen 'verzuim' (zonder opzet of grove schuld) en 'vergrijp' (met opzet of grove schuld). Het feit dat de werkgever meerdere keren onjuiste loonopgaven heeft gedaan, rechtvaardigt de boeteverhogingen. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boetenota's blijven onverminderd van kracht.