ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over verzekeringsplicht en boetematiging bij sociale premies
X B.V. voerde in hoger beroep bezwaar tegen correctienota's en boetenota's van het Lisv over de jaren 1994 tot en met 1996. Het Lisv stelde dat A, die tot 1 januari 1994 in dienst was van X, ook daarna feitelijk in dienst bleef en dat premies onterecht niet waren afgedragen. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding en matigde de boete tot ƒ 5.000.
In hoger beroep handhaafde het Lisv de boete van ƒ 13.233 wegens opzet of grove schuld en een tweede verzuim. X stelde dat er sprake was van een maatschap en geen dienstbetrekking. De Raad concludeerde dat de feitelijke situatie leidend is en bevestigde de arbeidsverhouding.
De Raad oordeelde dat het Lisv terecht matiging toepaste, maar dat de boete van ƒ 5.000 onvoldoende was gezien de ernst en verwijtbaarheid. Op basis van het beleid van het Lisv werd de boete vastgesteld op ƒ 6.896. De rest van de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De boete wordt verhoogd van ƒ 5.000 naar ƒ 6.896 en de rest van de uitspraak wordt bevestigd.