ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering en beëindiging ziekengeld na ziekmelding vanuit WW-situatie
Appellante, laatstelijk werkzaam als productiemedewerkster, meldde zich op 18 juni 2001 ziek met psychische klachten. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek oordeelde het UWV dat zij geschikt was voor haar eigen werk en andere functies, waardoor geen recht op WAO-uitkering bestond. Een psychiatrische expertise door psychiater Tilanus bevestigde dit oordeel.
Appellante maakte bezwaar tegen de weigering van de WAO-uitkering per 17 juni 2002, maar de rechtbank verklaarde dit bezwaar ongegrond. Ook in hoger beroep leverde zij geen nieuwe medische informatie aan. De Raad onderschreef het oordeel dat geen sprake was van ziekte of gebrek in de zin van de WAO.
Daarnaast meldde appellante zich op 10 januari 2003 ziek vanuit een WW-situatie met maag- en hoofdpijnklachten. Het UWV beëindigde het ziekengeld per 18 februari 2003 na onderzoek, omdat geen beperkingen werden vastgesteld die recht gaven op voortzetting van de uitkering. Ook tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt en ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt beide uitspraken en ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De medische rapporten en onderzoeken bieden geen grond voor het toekennen van WAO-uitkering of voortzetting van ziekengeld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering en de beëindiging van het ziekengeld.