ECLI:NL:CRVB:2007:BA0016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit wettelijke rente over WAO-nabetaling
In deze zaak staat de herziening van het dagloon en de vergoeding van wettelijke rente over een WAO-nabetaling centraal. Betrokkene kreeg een WAO-uitkering met een vastgesteld dagloon, dat later met terugwerkende kracht werd verhoogd. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, weigerde aanvankelijk de wettelijke rente over de nabetaling te vergoeden, maar verklaarde bezwaar gegrond en kende een bedrag aan rente toe.
De rechtbank vernietigde dit besluit echter, stellende dat de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de aanmaning van betrokkene moest worden vergoed. Appellant erkende de onrechtmatigheid van het oorspronkelijke dagloonbesluit, maar stelde dat de gevolgen daarvan voor risico van betrokkene moesten komen, mede omdat betrokkene en zijn werkgever destijds geen melding maakten van loonbestanddelen en betrokkene pas na lange tijd om herziening vroeg.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het standpunt van appellant dat wettelijke rente pas vanaf 1 januari 2002 verschuldigd is, maar wijst het hoger beroep af. Dit omdat appellant ter zitting aangaf het besluit van 14 juli 2004 niet te handhaven vanwege het gebruik van een onjuist rekenprogramma en het nalaten van rente over rente. De Raad bevestigt daarmee de vernietiging van het besluit door de rechtbank en ziet geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit en wijst het hoger beroep af.