ECLI:NL:CRVB:2005:AU8983
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Herziening dagloon met terugwerkende kracht en weigering vergoeding wettelijke rente voor eerdere periode
Gedaagde werkte tot 31 december 1993 bij NedCar en kreeg bij besluit van 28 januari 1994 een WW-uitkering met een vastgesteld dagloon waarop hij berustte. In 2002 verzocht gedaagde om herziening van het dagloon met inbegrip van een reiskostenvergoeding en pensionkostentoeslag, en om vergoeding van wettelijke rente over de nabetaling. Appellant stelde dat gedaagde destijds onvolledige gegevens had verstrekt en dat het risico van de onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit voor rekening van gedaagde kwam.
De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en de volledige wettelijke rente toegekend vanaf het moment van de oorspronkelijke dagloonvaststelling. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat gedaagde niet tijdig gebruik heeft gemaakt van het rechtsmiddel tegen het onrechtmatige besluit van 1994 en daardoor zelf verantwoordelijk is voor de schade. De Raad bevestigt dat appellant vanaf 1 juli 2002 wettelijke rente moet vergoeden, maar weigert vergoeding over de eerdere periode.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank Maastricht en verklaart het beroep van appellant ongegrond, waarbij geen proceskosten worden toegewezen. Hiermee wordt bevestigd dat de schadevergoedingsplicht van appellant vervalt vanwege het niet tijdig indienen van bezwaar door gedaagde en diens verzuim tot schadebeperking.
Uitkomst: De Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat wettelijke rente niet wordt vergoed voor de periode vóór 1 juli 2002.