ECLI:NL:CRVB:2007:BA0027
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herzieningsbesluit WAO-uitkering ondanks betwisting maatmaninkomen en arbeidsmogelijkheden
Appellant, die een WAO-uitkering ontvangt wegens arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%, verzocht om herziening van zijn uitkering vanwege toegenomen klachten. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek handhaafde het UWV het oorspronkelijke besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze Raad oordeelde dat de vastgestelde belastbaarheid en de door het UWV geselecteerde functies niet onjuist waren vastgesteld. De medische beoordeling, gebaseerd op rapporten van verzekeringsartsen en aanvullende informatie van de huisarts, werd als voldoende betrouwbaar beschouwd.
Ook de berekening van het maatmaninkomen, inclusief het gebruik van CBS-indexcijfers, werd door de Raad als correct beoordeeld. De niet nader onderbouwde klachten van appellant konden niet leiden tot een ander oordeel.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij geen aanleiding was om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV om de WAO-uitkering ongewijzigd voort te zetten.