ECLI:NL:CRVB:2007:BA0035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging UWV-besluit over arbeidsongeschiktheid na onvoldoende onderzoek
De zaak betreft een hoger beroep van een werkgever tegen een UWV-besluit dat een uitkering aan een werkneemster toekende wegens arbeidsongeschiktheid. De werkgever betwistte dat de werkneemster op het moment van indiensttreding reeds arbeidsongeschikt was en stelde dat het UWV onvoldoende onderzoek had verricht.
De rechtbank had eerder het UWV-besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen met een adequaat onderzoek. Het UWV handhaafde echter het besluit, waarna de werkgever in hoger beroep ging. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV het onderzoek onvoldoende zorgvuldig had uitgevoerd, onder meer door niet alle relevante medische gegevens en informatie bij eerdere werkgevers op te vragen.
De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek beperkt was tot een gesprek met een verzekeringsarts die zich vooral baseerde op de mondelinge verklaring van de werkneemster, zonder aanvullende medische stukken of contact met behandelaars. Ook was het arbeidsdeskundige onderzoek onvoldoende, omdat niet alle eerdere werkgevers waren benaderd.
De Raad vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht en beval het UWV een nieuw, zorgvuldig onderzoek te verrichten. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het UWV-besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering; het UWV moet een nieuw besluit nemen na zorgvuldig onderzoek.