ECLI:NL:CRVB:2007:BA0037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na detentie ondanks betwisting medische beoordeling
Appellant, die sinds 1996 een WAO-uitkering ontving met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%, kreeg deze uitkering ingetrokken wegens detentie per 28 mei 2003. Het UWV heropende de uitkering per 2 oktober 2003, maar stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 25 tot 35%. Na bezwaar wijzigde het UWV dit op 8 juli 2004 naar 35 tot 45%.
Appellant stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat hij onjuist werd beoordeeld, waarbij hij een onafhankelijk onderzoek door een cardioloog verlangde. De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door een verzekeringsarts en gebaseerd op anamnese en informatie van behandelende sectoren.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en vond geen aanleiding om een aanvullend deskundigenonderzoek te gelasten. Er waren geen aanwijzingen dat appellant niet in staat was de hem geduide functies te vervullen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot vaststelling van 35-45% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep van appellant af.