ECLI:NL:CRVB:2007:BA0040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering met terugwerkende kracht toegestaan ondanks latere ingangsdatum
Betrokkene, een voormalig automonteur, moest zijn werkzaamheden staken wegens gezondheidsklachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Na bezwaar en aanvullend arbeidsdeskundig onderzoek werd de mate van arbeidsongeschiktheid verlaagd naar 15 tot 25% per 4 februari 2004. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor zover het ging om de latere datum, omdat eerst bezwaar moest worden gemaakt tegen dat besluit.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt dit oordeel en stelt dat een schatting per een toekomstige datum in de beslissing op bezwaar is toegestaan, mits deze binnen dezelfde grondslag en reikwijdte blijft. De Raad oordeelt dat betrokkene niet in zijn procesbelangen is geschaad en dat de proceseconomie hiermee is gediend.
De medische situatie van betrokkene was sinds de laatste beoordeling ongewijzigd en de Functionele Mogelijkheden Lijst werd als juist beoordeeld. De Raad bevestigt dat betrokkene vanaf 4 februari 2004 in staat is de voorgestelde functies te vervullen, wat leidt tot een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. De verlaging gaat om zorgvuldigheidsredenen pas per die datum in. Het beroep wordt voor zover gericht tegen de herziening per 4 februari 2004 ongegrond verklaard.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering per 4 februari 2004 wordt bevestigd en het beroep tegen deze herziening wordt ongegrond verklaard.