ECLI:NL:CRVB:2007:BA0184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-herzieningsbesluit arbeidsongeschiktheid na toetsing belastbaarheid en functies
Appellante, die sinds 1998 een WAO-uitkering ontvangt wegens vermoeidheid en klachten door osteoporose, werd door het UWV per 29 december 2003 herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, omdat de medische beperkingen en de voorgehouden functies passend waren vastgesteld.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij volledig arbeidsongeschikt is en dat een onafhankelijk medisch onderzoek had moeten plaatsvinden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de door het UWV aangenomen beperkingen juist waren en dat de functies die aan appellante werden voorgehouden, met uitzondering van één functie, binnen haar belastbaarheid vielen.
De Raad baseerde zich op het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige en de medische rapportages, die niet werden weersproken door appellante. Ook nieuw ingebrachte medische informatie na de peildatum bood onvoldoende aanleiding voor nader onderzoek. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV dat appellante voor 55-65% arbeidsongeschikt is.