ECLI:NL:CRVB:2007:BA0373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 16 juli 2003 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na een medisch en arbeidskundig onderzoek oordeelde het UWV dat appellant belastbaar was voor passende arbeid met bepaalde beperkingen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde het besluit.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren tegen de zorgvuldigheid van het onderzoek, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De medische rapporten van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts, inclusief een psychisch onderzoek en aandacht voor diabetes, vormden een voldoende grondslag.
Ook de arbeidskundige rapportages ondersteunden het oordeel dat appellant in staat was functies te vervullen die een loon opleveren dat niet langer een relevante arbeidsongeschiktheid rechtvaardigt. De Raad concludeerde dat de intrekking van de uitkering niet onjuist was en bevestigde de eerdere uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 16 juli 2003 wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.