ECLI:NL:CRVB:2007:BA0472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering na wachttijd wegens geschiktheid eigen werk
Appellant, geboren in 1952, was productiemedewerker en viel uit wegens diverse klachten. Na een onderzoek door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat appellant beperkingen had, maar geschikt was voor zijn eigen werk. Op basis hiervan weigerde het UWV een WAO-uitkering toe te kennen na afloop van de wachttijd.
Appellant voerde bezwaar aan met medische informatie, waaronder van een psychiater, en stelde dat het besluit onzorgvuldig was en onvoldoende rekening hield met zijn medische situatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep handhaafde appellant zijn grieven en overhandigde een verklaring in het kader van de WWB.
De Raad oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig waren opgesteld, dat de beperkingen geen belemmering vormden voor het eigen werk, en dat geschiktheid voor eigen werk in beginsel uitsluit dat sprake is van arbeidsongeschiktheid. De verklaring in het kader van de WWB was niet doorslaggevend. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant na afloop van de wachttijd niet arbeidsongeschikt is en geen WAO-uitkering ontvangt.