ECLI:NL:CRVB:2007:BA0547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R. Kooper
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag na niet-gerealiseerde herplaatsing bij gemeente Hilversum
Appellant was sinds 1980 ambtenaar bij de gemeente Hilversum en werkte vanaf 1996 als trajectbegeleider maatschappelijk zinvolle arbeid. Na overdracht van taken aan een externe stichting in 1999 werd appellant op detacheringsbasis geplaatst met een herplaatsingsonderzoek tot uiterlijk mei 2001, met mogelijke verlenging. Pogingen tot herplaatsing binnen en buiten de gemeente mislukten.
In 2002 werd appellant het voornemen tot ontslag meegedeeld en uiteindelijk reorganisatieontslag verleend per 1 augustus 2002. Appellant voerde in hoger beroep onder meer aan dat afspraken over zijn rechtspositie niet werden nagekomen, dat hij onder druk was gezet en dat begeleiding niet werd voortgezet. De Raad oordeelde dat het plaatsingsbesluit uit 1990 onaantastbaar was, dat geen gerechtvaardigde verwachting tot ontslagvrijwaring was gewekt, en dat geen sprake was van onrechtmatige druk of toezeggingen.
De Raad stelde vast dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de tijdelijke werkzaamheden een blijvend karakter hadden en dat het college terecht een ander extern bureau inschakelde toen de eerste begeleider niet meewerkte. Hoewel er enige tijd verloren ging door wisseling van begeleidingsbureaus, lag dit mede aan appellant zelf. Ook was het college voldoende actief geweest in de herplaatsingspogingen, waaronder het aanbieden van een passende functie die appellant weigerde.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 maart 2007.
Uitkomst: Het reorganisatieontslag van appellant wordt bevestigd met ingang van 6 oktober 2002.