ECLI:NL:CRVB:2007:BA0906
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in sociale zekerheidszaak
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden in een zaak over de WAO. De Raad had het hoger beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift na de termijn was ontvangen. Appellante kwam in verzet tegen deze beslissing.
Tijdens de zitting was appellante niet aanwezig, maar het Uwv werd vertegenwoordigd. De Raad onderzocht of het beroepschrift tijdig was ingediend volgens de regels van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hoewel het beroepschrift op 20 april 2006 bij de griffie werd ontvangen, was het gedagtekend op 14 april 2006, de laatste dag van de termijn.
De Raad kon de datum van postbezorging niet vaststellen vanwege onleesbare afstempeling op de enveloppe, waardoor niet kon worden uitgesloten dat het op 14 april was aangeboden. Gezien dit en het feit dat het beroepschrift niet later dan een week na de termijn werd ontvangen, gaf de Raad appellante het voordeel van de twijfel en oordeelde dat het beroepschrift tijdig was ingediend.
Hierdoor werd het verzet gegrond verklaard, verviel de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en werd het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.