ECLI:NL:CRVB:2007:BA1036
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag WUV-uitkering wegens ontbreken vervolging tijdens Japanse bezetting
Appellant, geboren in 1939 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in juli 2005 een WUV-uitkering aan wegens vermeende vervolging tijdens de Japanse bezetting. Hij stelde geïnterneerd te zijn geweest in een kamp te Malang. De aanvraag werd afgewezen omdat niet was aangetoond dat hij vervolging in de zin van de Wet had ondergaan.
De Raad stelde vast dat er geen gegevens bekend zijn bij het Nederlandse Rode Kruis over de appellant in die periode en dat er geen bewijs is voor het bestaan van het genoemde kamp. Ook historische bronnen bevestigen de stellingen van appellant niet. De Raad verwees naar een eerdere afwijzing van een vergelijkbare aanvraag van de zuster van appellant, die eveneens niet als vervolgde werd erkend.
De Raad oordeelde dat de ervaringen van appellant tijdens de Bersiap-periode niet onder de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers vallen, omdat deze Wet alleen ziet op vervolging tijdens de Japanse bezetting. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor de WUV-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van aannemelijke vervolging.