ECLI:NL:CRVB:2007:BA1042

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 maart 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-2875 MPW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awbartikel 1 Militaire toeslagregeling pensioenen Suriname en de Nederlandse Antillen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering militaire toeslag voor diensttijd in Nederlandse Antillen

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de militaire ambtenarenrechter die de toekenning van een toeslag op grond van de Militaire toeslagregeling pensioenen Suriname en de Nederlandse Antillen had afgewezen. De kern van het geschil betreft de vraag of appellant zijn diensttijd onafgebroken in de Nederlandse Antillen heeft doorgebracht, een vereiste voor het verkrijgen van de toeslag.

De Raad baseert zich op de feiten die door de rechtbank als vaststaand zijn aangenomen en verwijst naar eerdere rechtspraak waarin is bepaald dat alleen militairen die hun diensttijd geheel of nagenoeg geheel onafgebroken in de Nederlandse Antillen hebben doorgebracht, voor de toeslag in aanmerking komen. Appellant voldoet niet aan deze eis.

De Raad concludeert dat het beroep ongegrond is en bevestigt de aangevallen uitspraak. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 maart 2007, waarbij appellant niet is verschenen en de staatssecretaris werd vertegenwoordigd door een gemachtigde van het Pensioenfonds ABP.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de militaire toeslag omdat appellant zijn diensttijd niet onafgebroken in de Nederlandse Antillen heeft doorgebracht.

Uitspraak

06/2875 MPW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de militaire ambtenarenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage van 18 april 2006, nr. AWB 05/2017 MPW (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Staatssecretaris van Defensie (hierna: staatssecretaris)
Datum uitspraak: 15 maart 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Namens de staatssecretaris is door de Stichting Pensioenfonds ABP, belast met de uitvoering van na te noemen regeling, een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 februari 2007. Appellant is daar niet verschenen. De staatssecretaris heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door
P.J. Consten, werkzaam bij de Stichting Pensioenfonds ABP.
II. OVERWEGINGEN
De Raad gaat voor zijn oordeelsvorming uit van de feiten en omstandigheden die de rechtbank bij de aangevallen uitspraak als vaststaand heeft aangenomen.
Ook in hoger beroep staat ter beoordeling de vraag of namens gedaagde terecht is beslist dat appellant niet in aanmerking komt voor een toeslag ingevolge de Militaire toeslagregeling pensioenen Suriname en de Nederlandse Antillen (hierna: de Regeling).
Evenals de rechtbank beantwoordt de Raad die vraag bevestigend.
Daartoe acht de Raad - onder verwijzing naar zijn eerdere rechtspraak op dit punt, onder meer de uitspraak van 8 februari 1990, nr. AMP 1987/51 - beslissend dat appellant niet kan worden aangemerkt als militair die de bestemming had doorlopend dienst te doen uitsluitend in Suriname of de Nederlandse Antillen als bedoeld in artikel 1 van Pro de Regeling. Als zodanige militair kan in een geval als dit alleen worden beschouwd de militair die zijn diensttijd onafgebroken geheel of nagenoeg geheel heeft doorgebracht in de Nederlandse Antillen. Vaststaat dat appellant aan deze eis niet voldoet.
Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden.
Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en H.R. Geerling-Brouwer als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W.M. Szabo als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2007.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) W.M. Szabo.