ECLI:NL:CRVB:2007:BA1204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAZ-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellant ontving een WAZ-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Het UWV stelde dat appellant van 13 januari tot 1 november 2002 te veel uitkering had ontvangen en vorderde dit bedrag terug. Na een eerste terugvordering van €4.375,52 werd dit bedrag bij een gewijzigd besluit verlaagd naar €3.885,89.
Appellant maakte geen bezwaar tegen het besluit van 21 januari 2003, waarin zijn uitkering werd aangepast naar lagere arbeidsongeschiktheidspercentages. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel bezwaar had gemaakt tegen een eerdere brief van het UWV, maar dit bezwaarschrift was niet terug te vinden en de brief was niet vatbaar voor bezwaar.
De Raad oordeelde dat de brief van 7 januari 2003 geen besluit was en dus niet vatbaar voor bezwaar. Omdat appellant geen bezwaar maakte tegen het besluit van 21 januari 2003, is dit besluit onaantastbaar geworden. Het UWV heeft appellant onverschuldigd €3.885,89 betaald en is verplicht dit terug te vorderen. Dringende redenen om van terugvordering af te zien zijn niet gebleken. De Raad bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €3.885,89 onverschuldigd betaalde WAZ-uitkering en wijst het hoger beroep af.