ECLI:NL:CRVB:2007:BA1261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H.G. Rottier
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van medische beoordeling
Appellant viel sinds 18 februari 2000 uit als werkleider textiel en ontving vanaf 16 februari 2001 een WAO-uitkering berekend op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na een onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde het UWV vast dat de arbeidsongeschiktheid was gewijzigd. Op 22 februari 2002 werd de uitkering herzien naar 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit. Het UWV liet daarop een psychiater-psychoanalyticus, B. Oskam, een onderzoek verrichten dat leidde tot een rapport waarin de aard van de aandoening en beperkingen werden beschreven. Op basis hiervan handhaafde het UWV het besluit van 3 november 2003. Appellant stelde beroep in, dat door de rechtbank werd afgewezen.
In hoger beroep beperkte appellant zich tot het medische deel van het besluit en betoogde volledige arbeidsongeschiktheid vanwege psychische klachten. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde om het oordeel van de psychiater te weerleggen. De visie van een psycholoog werd niet als medisch bewijs erkend. Ook werd erkend dat appellant geen psychiatrische behandeling onderging. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.