ECLI:NL:CRVB:2007:BA1357
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening huishoudelijke verzorging na wijziging regelgeving
Verzoekster had een indicatie voor huishoudelijke verzorging aangevraagd, maar het CIZ wees dit af omdat haar partner de huishoudelijke taken kon verrichten. Na bezwaar en een eerdere voorlopige voorziening werd het besluit van het CIZ vernietigd en moest een nieuw besluit worden genomen.
Tijdens het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep vroeg verzoekster een voorlopige voorziening, maar verscheen niet op de zitting en leverde geen actuele gegevens aan. Het CIZ overhandigde een besluit waarin een indicatie voor beperkte zorg werd toegekend vanwege dreigende overbelasting, met de mededeling dat verzoekster zich bij de gemeente moest melden vanwege de inwerkingtreding van de Wet maatschappelijke ondersteuning.
De voorzieningenrechter oordeelde dat zonder actuele informatie over de situatie van verzoekster onvoldoende feitelijke grondslag bestond om de voorlopige voorziening toe te kennen. Daarom werd het verzoek afgewezen. De uitspraak bevestigt het belang van actuele feiten bij het beoordelen van voorlopige voorzieningen in het kader van gewijzigde regelgeving.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan actuele gegevens over de situatie van verzoekster.