ECLI:NL:CRVB:2007:BA1373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning bijzondere bijstand voor tandheelkundige kosten wegens voorliggende voorziening
Appellante heeft op 7 april 2004 bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van een frameprothese voor de boven- en onderkaak. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag op 1 juli 2004 af en verklaarde het bezwaar op 23 september 2004 ongegrond, omdat appellante aanspraak kon maken op een voorliggende voorziening op grond van de Ziekenfondswet en de Regeling tandheelkundige hulp ziekenfondsverzekering.
De rechtbank Amsterdam bevestigde deze beslissing op 5 december 2005, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het College niet bevoegd was bijzondere bijstand toe te kennen voor de gevraagde kosten, aangezien de Regeling tandheelkundige hulp een passend en toereikend basispakket biedt, ook voor volwassen verzekerden zoals appellante.
Verder wees de Raad erop dat artikel 15, eerste lid, van de WWB toekenning van bijzondere bijstand in de weg staat bij het bestaan van een voorliggende voorziening, tenzij zeer dringende redenen volgens artikel 16, eerste lid, WWB aanwezig zijn. Appellante kon echter geen acute noodsituatie of onvermijdelijke behoeftige omstandigheden aantonen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor tandheelkundige kosten is terecht afgewezen wegens het bestaan van een voorliggende voorziening en het ontbreken van zeer dringende redenen.