ECLI:NL:CRVB:2007:BA1391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering in te trekken per 30 maart 2003, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid volgens het UWV minder dan 15% bedroeg. De rechtbank Amsterdam had eerder geoordeeld dat er geen reden was om te twijfelen aan de vastgestelde belastbaarheid van appellant, mede gelet op het ontbreken van ernstige psychische stoornissen en onvoldoende aanwijzingen voor ernstiger beperkingen.
In hoger beroep heeft appellant medische rapporten van een psychiater en een medisch adviseur overgelegd, waarin sprake was van een aanpassingsstoornis, maar zonder aanwijzingen voor volledige arbeidsongeschiktheid. De Raad concludeerde dat deze rapporten onvoldoende aanknopingspunten boden om het oordeel van het UWV te weerleggen. De medische en arbeidskundige grondslagen van de schatting werden als juist en voldoende gemotiveerd beoordeeld.
De Raad wees het verzoek van appellant af om een psychiater als deskundige te benoemen, omdat de beschikbare gegevens voldoende waren. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en handhaafde de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% wordt bevestigd.