ECLI:NL:CRVB:2007:BA1395
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bijzondere bijstand deels als geldlening voor aanschaf fietsen
Appellante, een alleenstaande ouder die bijstand ontvangt sinds 1996, vroeg bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van drie fietsen. De gemeente kende deze bijstand toe tot een bedrag van €923, waarvan €250 als gift en €673 als geldlening. Appellante maakte bezwaar tegen het deel in de vorm van een geldlening, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard door de rechtbank.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de wet (artikelen 48 en 51 WWB) het mogelijk maakt bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen als geldlening toe te kennen. De Commissie voerde een beleid waarbij bijstand voor dergelijke goederen in principe als geldlening wordt verstrekt, met uitzondering van bijzondere gevallen. Dit beleid wordt als redelijk beschouwd.
Appellante stelde medische noodzaak voor een fiets en financiële onmogelijkheid tot terugbetaling, maar de Raad vond geen bewijs voor medische noodzaak en zag geen reden om van het beleid af te wijken. Ook was er geen sprake van een toezegging die het vertrouwensbeginsel zou rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bijzondere bijstand voor de aanschaf van fietsen is terecht deels toegekend als geldlening volgens het gemeentelijk beleid en wettelijke bepalingen.