ECLI:NL:CRVB:2007:BA1461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herziening en intrekking bijstandsbesluit wegens onvoldoende feitelijke grondslag
Appellanten ontvingen bijstand van juli 1999 tot oktober 2002. Het College van burgemeester en wethouders van Venlo herzag en trok de bijstand in over de periode december 2001 tot september 2002 wegens niet opgegeven of te laag opgegeven inkomsten uit arbeid. Dit was gebaseerd op een onderzoek van UWV, Belastingdienst en sociale recherche.
De Raad oordeelt dat appellant over de periode maart tot september 2002 terecht inkomsten zijn toegerekend boven de bijstandsnorm en dat het College bevoegd was de bijstand over die periode te herzien en in te trekken. Voor de periode december 2001 tot maart 2002 is echter onvoldoende feitelijke grondslag voor herziening en intrekking, mede omdat appellant toen een cursus volgde en verklaringen van getuigen en de directeur van het uitzendbureau dit ondersteunen.
Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van bezwaar en beroep. Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het besluit van 3 mei 2005 vernietigd voor de periode 1 december 2001 tot 1 maart 2002. Het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over de terugvordering. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Hoger beroep appellante niet-ontvankelijk; beroep appellant gegrond; vernietiging besluit herziening en intrekking bijstand over 1 december 2001 tot 1 maart 2002; nieuw besluit terugvordering opgelegd.