ECLI:NL:CRVB:2007:BA1524
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing bezwaar tegen herziening WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Breda die het bezwaar tegen het besluit van het UWV ongegrond verklaarde. Het bezwaar betrof de herziening van de WAO-uitkering en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheidsklasse van 15 tot 25% per 14 mei 2003.
De rechtbank oordeelde dat er geen aanwijzingen waren dat de verzekeringsartsen de beperkingen van appellant verkeerd hadden ingeschat en achtte appellant geschikt voor de voorgestelde functies. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn lichamelijke en psychische klachten hem verhinderen om hele dagen loonvormende arbeid te verrichten, ondersteund door medische informatie van zijn psychiaters.
De Raad stelde echter vast dat de medische informatie betrekking had op een latere datum (vanaf 20 juni 2005) en geen aanleiding gaf om te twijfelen aan de functionele mogelijkheden op de datum van de herziening. Ook de toelichting van het UWV over de geschiktheid van de functies werd door de Raad voldoende geacht. De aangevallen uitspraak werd dan ook bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.